HET EMPATHISCH GEBOUW

HET EMPATHISCH GEBOUW

Op vrijdagmiddag 11 november werd vanuit De Bouwcampus, in samenwerking met stichting KIEN en Center for People and Buildings, een werkconferentie georganiseerd over het thema ‘Het Empathisch Gebouw’. De circa 35 deelnemers kwamen niet alleen voor het netwerk, want het gesprek brandde al snel los over de vraag of een gebouw empathisch kan zijn. Drie presentaties stonden op het programma om de deelnemers te voorzien van context en visie.

Geplaatst: 22 november 2016

Deel deze pagina

Aanleiding

We weten dat de maatschappij snel verandert. Dat heeft demografische redenen, maar ook politieke, economische en sociaal-culturele. Ouderen blijven langer zelfstandig wonen, mensen met een beperking verblijven zoveel mogelijk in een reguliere leefomgeving en weer anderen bieden ondersteunende zorg. Al deze ontwikkelingen vereisen een slimme leefomgeving die aansluit op de behoeften en die integreert met het dagelijks leven van gebruikers. Zodoende is het belangrijk om met elkaar te reflecteren op -en te brainstormen over- de betekenis van technologische ontwikkelingen in ons dagelijks leven. De werkconferentie “Empathisch Gebouw” werd om deze reden georganiseerd.

Introductie

Majorie Jans, manager van stichting De Bouwcampus, verwelkomde de deelnemers en opende de conferentie met een korte introductie over De Bouwcampus. De Bouwcampus is een verbinder van partijen en de werkplaats van vernieuwing. Een neutrale plaats waar grote opgaven door opdrachtgevers, opdrachtnemers en kennisinstellingen anders worden aangepakt. In het kader van verbinden is deze werkconferentie samengesteld, om gezamenlijk in gesprek te gaan over het empathisch gebouw in samenwerking met Adrie van Duijne vanuit stichting KIEN, Wim Pullen vanuit het Center for People and Buildings en Masi Mohammadi vanuit de universitaire wereld.

Wat is een empathische woonomgeving?

Masi trapte af met haar visie op een empathisch woonomgeving. Zij stelde dat een woning vroeger met name een functionele dimensie had, beschutting tegen de elementen. Tegenwoordig zijn onze eisen voor onze woning veranderd en uitgebreid waardoor een woning niet alleen meer een functionele dimensie heeft. We identificeren ons met onze woning, een plek om over op te scheppen, onze identiteit aan te ontlenen en thuis te voelen. Kortom, om de woorden van Churchill te gebruiken, “We maken onze woonomgeving en onze omgeving vormt ons”. We gebruiken technologie om te zorgen dat onze woonomgeving zo goed mogelijk aansluit bij de wensen en behoeften van de gebruiker, de empathische woonomgeving. Een woonomgeving die meevoelt en handelt naar de behoeften en stimuleert het gezond en duurzaam gedrag van de gebruiker. Voorbeeld van zo een woonomgeving is een eetbare wand, die ouderen in staat stelt om middels een verticale tuin te tuinieren op zithoogte en zelf voedsel te produceren. Maar, zitten we wel te wachten op een woonomgeving die van alles voor ons regelt?

Masi klein Wim Pullen klein

Is een gebouw in staat om empathisch te zijn?

Na de inspirerende input van Masi volgde Wim met een filosoferende visie of een gebouw empathisch kan zijn. We doen een belofte met een empathisch gebouw, maar het is de vraag of we die belofte ook waar kunnen maken. Is de technologie feilbaar, ‘forgiving’ en lerend? Neem bijvoorbeeld het verschil tussen expliciete en impliciete behoeften. Een mens kan deze behoeften beiden behartigen, maar het is aan discussie onderhevig of een gebouw ook hiertoe in staat is of in staat is om dit machtig te worden. Tegelijkertijd zijn mensen hardleerser dan techniek voorschrijft, mensen gaan hun eigen gang. In theorie werkt het gebouw met technische snufjes goed, maar in de praktijk vindt de gebruiker het gebouw niet handig, denk aan een automatisch klimaatsysteem terwijl niet iedereen dezelfde perceptie van kou en warmte heeft.

Korte discussie

Na de visies van Masi en Wim trad Anneke Witte als moderator op tijdens een korte discussie naar aanleiding van de twee visies. De deelnemers gaven aan dat een empathisch gebouw soms betuttelend overkomt, bijvoorbeeld een groene muur of een knuffelmuur. Ook werd de volgende zinssnede genoemd: het gebouw werkt prima, jammer dat er een gebruiker in moet. Daarnaast, het empathisch gebouw is gericht op de gebruiker maar wie is de gebruiker in een verzorgingshuis? De bewoners of de verzorgers? En wiens stem weegt zwaarder?

Adrie van Duijne klein Interactie 11 11 2 klein

Interactie in de keten

Na deze gedachtewisseling nam Adrie het woord om een toelichting te geven op samenwerking bij het ontwikkelen van collecties. Hij begon met het schetsen van de situatie zoals die voorheen was, weinig interactie tussen opdrachtgever, installateur en eindgebruiker. Tegenwoordig wordt veel meer nadruk gelegd op de interactie tussen alle actoren opdat het product zo goed mogelijk aansluit bij de wensen en behoeften van de eindgebruiker. Adrie licht toe dat stichting KIEN ook de wetenschappelijke wereld betrekt in het optimaliseren van het product voor de eindgebruiker. Van de ontwikkelfase waarin een idee wordt uitgewerkt tot een haalbaar product naar de verspreidingsfase waarin het product daadwerkelijk door de markt wordt ontwikkeld en geïmplementeerd. 

Meer informatie en sfeerimpressie

Bekijk voor meer informatie de presentaties die zijn gegeven, evenals een Engelstalige folder over het Empathisch Gebouw. 

Bekijk het fotoalbum voor een sfeerimpressie van deze werkconferentie. 

Interactie 11 11 klein

Fotografie: Dick van Baarsel